Wij gebruiken cookies om u de beste ervaring op onze site te bieden. U kunt meer informatie vinden over de cookies die we gebruiken of deze uitschakelen in de settings cookie-instellingen
Elke natuurlijke persoon met fiscale woonplaats in België, evenals rechtspersonen (bv. vzw’s) die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting, zijn de meerwaardebelasting verschuldigd. Vennootschappen (onderworpen aan de vennootschapsbelasting) en Belgische niet-inwoners vallen buiten het toepassingsgebied.
Een belasting van 10% is van toepassing op de gerealiseerde meerwaarden bij een afkoop of vereffening bij leven van bepaalde levensverzekeringsovereenkomsten.
Meer bepaald betreft het volgende verzekeringen:
Indien een tak 21- of tak 26-contract (kapitalisatieverrichting) onderworpen is aan roerende voorheffing, is geen belasting op de meerwaarden verschuldigd.
Deze meerwaardebelasting is niet van toepassing op verzekeringsovereenkomsten van de tweede en derde pijler (groepsverzekeringen, individuele pensioentoezeggingen, POZ, VAPZ, pensioenspaarverzekeringen en langetermijnspaarcontracten).
Het tarief van de meerwaardebelasting bedraagt 10%.
De meerwaardebelasting is enkel van toepassing op meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. Meerwaarden opgebouwd vóór deze datum zijn vrijgesteld.
Gerealiseerde minderwaarden kunnen worden afgetrokken van gerealiseerde meerwaarden, op voorwaarde dat zij betrekking hebben op dezelfde categorie financiële activa en in hetzelfde jaar werden gerealiseerd.
De aftrek van minderwaarden gebeurt steeds via de belastingaangifte (zie infra). U dient de toepassing ervan dus zelf aan te vragen.
De overdracht van minderwaarden naar een volgend jaar is evenwel niet mogelijk.
Er bestaat een jaarlijkse basisvrijstelling van 10.000 euro per belastingplichtige op het totaal van de gerealiseerde meerwaarden gedurende hetzelfde jaar. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
Wie geen gebruik maakt van deze vrijstelling, kan gedurende vijf jaar een maximumbedrag van 1.000 euro overdragen naar het volgende jaar, met een absoluut maximum van 15.000 euro.
Wanneer een levensverzekering onderworpen is aan de meerwaardebelasting, is deze verschuldigd zodra een meerwaarde wordt gerealiseerd bij een afkoop of bij de vereffening van het kapitaal bij leven op de eindvervaldag van de overeenkomst.
Bij vereffening van de overeenkomst ingevolge het overlijden van de verzekerde zijn de begunstigden bij overlijden geen belasting verschuldigd op de gerealiseerde meerwaarden. Uiteraard kunnen er wel successierechten verschuldigd zijn overeenkomstig de geldende wetgeving.
Er bestaan twee mogelijkheden voor de inning van de meerwaardebelasting.
De standaardmethode voorzien door de wet is een inhouding aan de bron. Dit betekent dat de verzekeringsmaatschappij de belasting automatisch inhoudt bij de uitbetaling van het kapitaal en doorstort aan de fiscale administratie.
U kunt deze meerwaarden opnemen in uw belastingaangifte om te genieten van de jaarlijkse vrijstelling en om eventuele minderwaarden af te trekken.
Indien u voor deze optie kiest, dient u de ontvangen meerwaarden zelf aan te geven in uw belastingaangifte.
In dat geval dient u uw verzekeringsmaatschappij hiervan op de hoogte te brengen, zodat zij geen belasting inhoudt bij de uitbetaling van het kapitaal.
In beide opties zal de verzekeringsmaatschappij jaarlijks een fiscale fiche opmaken.
Voor 2026 geldt een overgangsregeling. Tot 1 september 2026 zal geen inhouding aan de bron worden toegepast (opt-out-systeem), tenzij de verzekeringnemer zich hier schriftelijk tegen verzet.
Bij elke afkoop van kapitaal zal de verzekeringsmaatschappij u een vereffeningsformulier bezorgen waarop u uw keuze kunt aanduiden.
Deze keuze blijft geldig gedurende het volledige fiscale jaar. Een herroeping zal pas uitwerking hebben vanaf het daaropvolgende jaar.